Heeft elektrisch rijden de toekomst?

vrijdag, 20 oktober 2017

Over 50 jaar een heel normaal beeld zegt het Planbureau voor de Leefomgeving. Toekomstvisioen van het Planbureau: Het loopt tegen het einde van de 21e eeuw. Het is stil in de stad. Een scooter trekt onhoorbaar op bij het stoplicht. Aan de overkant van de straat rijdt een auto al even onhoorbaar weg bij het snellaadstation. Tien minuten geleden stond hij er nog niet. Maar nu al bevatten zijn lithium-polymeeraccu’s weer voldoende energie voor 300 klimaat- en milieuvriendelijke kilometers.

De accu’s van de geparkeerde auto’s langs de straatkant zijn een buffer in de elektriciteitsvoorziening. Laden ze bij of ontladen ze? Dat bepaalt de computer. Boven de huizen, waar vroeger de rookpluim van de elektriciteitcentrale zichtbaar was, draaien nu de windmolens...

 

De concurrentie is kansloos

Zou het echt zover komen? “Ja”, zegt het planbureau en legt uit waarom de concurrentie afvalt: “Met de huidige aandrijfsystemen kan de sector verkeer op lange termijn niet aan de broeikasgasdoelstellingen voldoen, de brandstofcel is te duur en vraagt een te complexe infrastructuur en biobrandstoffen zijn te beperkt beschikbaar en conflicteren met de voedselvoorziening”. Dus blijft over... elektrisch rijden.

De elektrische auto kan nuttig zijn bij grootschalige inzet van windenergie. Kan dat vieze gedoe op de achtergrond ophouden.Nog even geduld Nu is dat elektrisch rijden ook niet helemaal zonder problemen. Het Planbureau spreekt over barrières die zeker de eerste tien jaar nog niet zijn opgelost. Maar in de tweede helft van deze eeuw zou het moeten kunnen, denken de planners van onze toekomstige leefomgeving.

Een kilo per kilometer

De belangrijkste barrière is de accucapaciteit. Als de elektrische auto van na 2050 geen 300 kilometer op één acculading rijdt, zit 90% van de personenautokilometers op elektriciteit er niet in. Om dat te halen hoopt het Planbureau dat auto-accu’s in de toekomst zo licht zullen zijn, dat een kilogram auto-accu goed is voor een kilometer actieradius.

Dat kan al! Goh, dat is eigenlijk niet erg ambitieus. Ga maar na. Het Planbureau verwacht dat al die elektro-auto’s straks samen per jaar wel 15 TeraWattuur aan elektriciteit consumeren. Als we dat enorme getal nu eens delen door 90% van 7 miljoen personenauto’s en 15.000 km per auto. Dan komen we aan een kleine 160 Wh per autokilometer.

Vergelijken we dat cijfer met een grafiekje van batterijprestaties in het rapport, dan zien we daar dat Lithium-ion-batterijen vandaag al goed zijn voor zo’n 180 Wh/kg. Kortom barrière 1 is geslecht.

Windmolen  

 

Bufferen voor als de wind wegvalt

Barrière 2 dan. Er moeten overal oplaadpunten komen. Thuis, op het werk, in parkeergarages, overal. Op die manier staan auto’s 23 van de 24 uur per dag aan de oplader en vormen ze de buffer die nodig is om windenergie op grote schaal in te kunnen zetten, weet het Planbureau.

Geen probleem

Eigenlijk stelt die barrière ook niet veel voor. Lees maar mee: “In wezen hoeft het plaatsen van oplaadpunten geen probleem te zijn, omdat de elektriciteitswereld er belang bij heeft dat elektrisch rijden slaagt (grotere afzet en efficiëntere bedrijfsvoering vanwege opvullen van het nachtdal en een groter gebruik van het netwerk.)” Kortom, die oplaadpunten kunnen we met een gerust hart overlaten aan de staatsenergiemaatschappijen van Duitsland en Zweden. Zeker weten dat RWE en Vattenfall het hele spul binnenkort bij ons plaatsen.

Batterijen leasen

Daarmee rest nog maar één drempeltje: de autoconsument. Heeft hij voldoende vertrouwen in de prestaties en levensduur van de autobatterij om te investeren in zo’n elektromobiel? Misschien niet, maar dan is leasen een optie, denkt het Planbureau. Als de netwerkbeheerder optreedt als batterijleasemaatschappij, dan trekt hij de consument wel over de streep.

Waar wachten we op?

Mooi het is voor elkaar, denk je als je het rapport leest. Maar waarom moeten we dan toch nog 50 jaar wachten op de doorbraak van elektrisch rijden?

 

Bronen:
- Auto & Motor Techniek
- Rapport Planbureau voor de Leefomgeving
bron: amt.nl